Verslagen van eerdere cafés
Een drukke avond met een bont gezelschap. Van oude rotten, via studenten journalistiek tot filosofen in spe. En na de normale opening begon de zoektocht naar een geschikte vraag. Het heeft even wat voeten in aarde om bij de aangereikte casus een goede vraag te formuleren. Met elkaar kwamen we er wel uit en stonden er uitendelijk twee vragen op het bord. Maar de vraag met 11 tegen 3 stemmen werd: moet je consequent zijn? De casus ging over een vriend die een huis had gekocht en nadat hij leerde over de hypotheekrenteaftrek spontaan de voorkeur gaf aan een andere politieke partij. Dit verwonderde de vragensteller, vond het niet heel consequent gezien het verleden van die vriend en kwam zo op deze vraag uit.
Het onderzoek begint rustig met een paar algemeenheden zoals: als je situatie verandert, dan verschuiven ook je belangen. Maar het is toch ook normaal dat mensen veranderen: men ontwikkelt zich. Iemand anders gaat de diepte in: die vriend is wel consequent in het opkomen voor zijn belangen, de waarden zijn alleen verschoven. Maar dat gaat toch wel heel snel? Eén van de nieuwkomers omschrijft zijn ontwikkeling als een balansweegschaal: er komen ding bij en er gaan dingen af, maar ik zal nooit snel naar één kant overhellen.
Dan wordt de vraag gesteld wat de prijs is van jouw principes? En in deze casus wordt dus ook echt geld bedoeld. Je wisselt die principes in afhankelijk van het eigen voordeel of genot dat je daar mee kunt winnen, stelt iemand anders. Een andere visie gaat over het strategisch stemmen waarvan hier sprake lijkt te zijn. En dat leidt tot verdunde principes.
En ook vanavond wordt er weer een modelletje gemaakt.Ieder mens heeft een ideaalbeeld van zich zelf een zelfbeeld. De eeste gaat over jouw veralngen en waarden terwijl het zelfbeeld gaat over jouw handelen. En dat handelen is situationeel: verandert per keer. daartegenover staan jouw waarden en die veranderen niet zo snel. Daar ben je dus veel consequenter in. Sommige mensen gaan hier heel ver in. Als je consequent bent en dus vasthoudt aan jouw uitgangspunten dan wordt je wereld overzichtelijker. Een kwestie van weinig nieuwe informatie toelaten. Hier komt een reactie op: je hebt een morele plicht om het nieuws te volgen! [zie vorig gesprek van 8 april 2026, Vragend Wijs] Maar je moet ook niet met elke wind meewaaien: je moet eerst nadenken over wat je gaat aanpassen.
Je waarden blijven vaak wel langer constant, maar je belangen veranderen op korte termijn wel. En in je leven kom je er achter dat je (toch) anders bent. Dan doe je iets dat in strijd lijkt met je waarden. Hierop stelt iemand dat consequent zijn een gemiddelde is tussen hoog en laag, tussen goed vasthouden en losjes met je waarden omgaan. Of zoals iemand anders het stelt: consequent zijn is dat je in dezelfde omstandigheden hetzelfde handelt. Nee, consequent zijn betekent dat jouw keuzes zijn te verdedigen, dat je niet zomaar wat doet. Deze krijgt bijval want as je je waarden helder hebt, dan ben je consequenter. Je moet bewust zijn van wat je (waarom) doet. Hierop komt de opmerking dat iedereen toch wel zijn waarden kent? Daar wordt door andere aan getwijfeld. Die zien voorbeeld dat mensen dat niet duidelijk kunnen maken. Maar is dat nodig? Iemand stelt dat je ook het hogere doel kunt bereiken, vast houden aan je waarden, ook al ben je inconsequent in je dagelijkse handelen?
Dan gaan we afronden omdat het binnen al wat donkerder wordt en de meeste posities wel zijn onderzocht. In de nazit komen nog wat inzichten boven drijven en neemt de journalist haar interviews af. Moe en tevreden gaan we naar huis.
De klok is vorige week verzet en daarom beginnen we met daglicht. Er zijn twaalf deelnemers wanneer we om 20:00 uur starten met de zoektocht naar onze vraag en casus van deze avond. De vraag van één van de nieuwkomers wordt gekozen: is het erg om het slechte nieuws niet meer te willen zien? En in de uitleg van de casus geeft de vragensteller aan dat wanneer hij thuis ontspannen de krant aan het lezen is hij zichzelf het leed aantrekt. Sinds hij vader is geworden kijkt hij bewust weg van het oorlogsleed dat kinderen wordt aangedaan. En daar vloeit zijn vraag uit voort.
Als argumenten geeft hij aan dat hij geen zin heeft in die moedeloosheid bij het zien van die ellende. Het is een bescherming van zichzelf. Wat is die moedeloosheid dan? Iemand anders geeft een beschrijving: het gevoel niets te kunnen doen aan een bepaalde situatie. Het gevoel dat je dit moet ondergaan. En die moedeloosheid maakt dat het nieuws niet meer wordt gelezen. En als vervolgvraag komt "maakt me dat een minder mens?" bij.
Iemand anders oppert dat wat hier speelt, is de urgentie van het probleem: moet jij er iets aan doen of kies je voor jezelf? Dat wordt bevestigt door een andere deelnemer: moet je iets doen met wat tot je komt? Of nog verder doorgetrokken: moet je met alles waar je in theorie iets mee kunt doen, ook iets mee doen? Daar komen verschillende antwoorden op:
Je ergens voor inzetten doen we alleen maar als we er zelf ook iets beter van worden. Het eigenbelang speelt altijd mee. Dan merkt iemand op dat hij het idee van maakbaarheid sterk terug ziet komen. Het idee dat we overal goede invloed in kunnen hebben. Dat we weten wat fout en goed is in deze situatie die rationeel benaderen. Daarop wordt gereageerd dat als iets weinig moeite kost je toch gewoon even iets opruimt of helpt? Als dat blikje voor mij op straat ligt, dan raap ik het wel op. Ik ga niet op zoek naar dat soort dingen. Bij mensen hanteert de spreker een andere meetlat. Nee, zegt een deelnemer, het leven overkomt je voor een groot deel: er is weinig maakbaarheid aan. Een ander geeft aan dat maakbaarheid een glijdende schaal is: dichtbij gaat het makkelijk, verder weg wordt het steeds moeilijker. Het geeft aan hoe je wilt verhouden tot anderen dichtbij versus ver weg. Het heeft met je wereldbeeld te maken. Hierop reageert de vragensteller: o, ik moet mijn wereldbeeld aanpassen, niet de wereld?
Wat heeft maakbaarheid met onze vraag te maken? Het nieuws dat je ziet en verwerkt dat moet je goed genoeg vinden. Je hoeft niet steeds actie te ondernemen op al het nieuws dat je ziet. Het is al oké als je het nieuws tot je neemt. Ga je vervolgens daar iets aan/mee doen, dan zul je je minder moedeloos voelen. Dat vinden anderen ook belangrijk: door het nieuws te lezen geef je erkenning aan de mensen die het leed ondergaan. Want weten wat anderen meemaken, maakt dat je meeleeft. En soms wordt je daar moedeloos van en soms kun je iets maken. En dat geldt niet alleen voor de zaken die zich vandaag afspelen, want "nieuws is ook geschiedenis"! Dus ook als weten van het leed van heel ver in het verleden kunnen we daar in meeleven. De geschiedenis vormt ons als samenleving en mij als persoon. Het is dan mijn eigen verantwoordelijkheid om daar (n)iets mee te doen. Weten is de eerste stap in veranderen.
Kunnen we nu antwoord geven op de vraag: is het erg om het slechte nieuws niet meer te willen zien?
Maar als het om de vorm gaat waarin het nieuws wordt gepresenteerd dan zou je het Jeugdjournaal kunnen gaan kijken. Daar zijn ze veel voorzichtiger met wreed nieuws (over kinderen). En het nieuws is al gefilterd voordat het in jouw krant staat. Dus wellicht is er ander, erger nieuws al verwijderd.
En dan krijgt de vragensteller het laatste woord. Hij heeft veel gehoord en kan zijn vraag nu ontkennend beantwoorden: nee, het is niet erg. Om 22:00 uur sluiten we af en blijven de deelnemers nog even napraten. Over het nieuws, over het gesprek??
Woensdagavond, er zijn zes filosofen in het bovenzaaltje bij Tjommies Music Bar. Valentijnsdag staat voor de deur. Na een korte kennismaking en uitleg van de opzet van de avond wordt er een vraag gekozen: zijn hoofd en lijf gescheiden in liefde? De bijbehorende casus gaat over een vriend die na een verblijf in het buitenland verklaart dat "mijn lichaam is vreemd gegaan, mijn gedachten niet". En daarmee verbaast hij de vragensteller. Want kan dit dualisme wel bestaan in de liefde?
Hierop komen meteen allerlei reacties. Bijvoorbeeld of deze actie rechtvaardig is: mag je op deze manier je daden "goedpraten"? Deze vraag veronderstelt dat jouw liefde exclusief voor één ander is en is dat wel zo? Liefde hoeft niet per se lichamelijk én geestelijk voor één persoon te zijn. Liefde kan breder zijn. Denk maar aan een poly-amoureuze relatie waarbij meerdere mensen tegelijkertijd met elkaar een romantische liefdesrelatie hebben. Daar wordt jouw hoofdelijke en lijfelijke liefde met meerdere mensen gedeeld. Volgens één van de deelnemers is liefde juist een eenheidservaring tussen je hoofd en je lijf.
Dan stelt iemand dat liefde verandert naarmate jouw relatie vordert. Liefde kent namelijk verschillende vormen. Maar de essentie van liefde is dat je iets van jezelf opoffert voor een ander. Nou nee, liefde is een oergevoel, stelt iemand anders. En dat gevoel varieert in intensiteit en uitingsvorm. De heftige vorm aan het begin van je relatie neemt af naarmate de partners ouder worden. Liefde blijkt eruit dat je elke dag voor diezelfde persoon kiest, zegt een derde. Dat zou je als een offer kunnen zien, maar is wel een bewuste keuze.
Dan komt er een wetenschappelijke blik binnen: we kunnen liefde zien als iets biologisch maar ook als een sociaal (of cultureel) construct. Iets wat we zelf ervan hebben gemaakt. Iemand anders vult aan dat juist dat construct jou ervan weerhoudt om vreemd te gaan. En hij constateert een paradox tussen de langdurige relatie en de korte passionele uitspatting. En toch wil je dat het duurt en dat de relatie een “maatjeschap” wordt. Bij die vertrouwdheid tussen de maatjes kunnen meer mensen zich in vinden. in de liefde gaat het om een spanningsveld tussen sleur versus aangetrokken voelen: het dagelijks repeterende en de nieuwe spannende elementen.
Dan brengt iemand naar voren dat liefde juist heel egoïstisch is: jij het een behoefte die bevredigd moet worden en daar zoek je iemand voor. Iemand die ook zo'n behoefte heeft of die juist bereid is om die behoefte te vervullen. Altijd wel met elkaars instemming, anders is geen sprake van liefde. Maar hoe zit dat dan als de liefde niet beantwoord wordt? Is er dan nog sprake van liefde of alleen maar van verlangen in plaats van vervulling (van die behoefte)?
Bij een duurzame liefde is er sprake van een vergroeiing tussen de deelnemers. Dat beaamt een ander: in de liefde durf je kwetsbaar te zijn. Een liefdesrelatie is diep waarbij je jezelf kunt en mag zijn, en er warmte voor terugkomt. Nee, stelt een ander: in de verliefdheid wordt je overgenomen door je lichaam. Daartegenover staat dat liefde juist veel bewuster is. En meteen worden hier de dating-apps genoemd: die werken niet omdat liefde je overkomt, daar komt geen rationele keuze bij kijken.
We naderen het einde van de avond en iemand komt met een voorlopig antwoord. Die scheiding tussen hoofd en lijf is gekunsteld. Er is geen zinnig onderscheid mogelijk omdat die twee altijd verbonden zijn. Ja, zegt een andere deelnemer, drift is “liefde” zonder gedachten. En daar laten we het bij. En wanneer de zaal weer leeg is, vraag ik me af of iedereen weer bij zijn geliefde is?
Op deze woensdagavond in het nieuwe jaar, waren een tiental mensen naar het bovenzaaltje van Tjommies Music Bar gekomen om hun eigen bovenkamer aan te zetten. Nadat iedereen drinken voor zich had en de gesprekregels waren verteld, gingen we de vragen inventariseren. Daar waren hele lange vragen bij zodat bij vier het blad vol was en we overgingen naar de stemronde. De meeste stemmen gingen naar: wanneer kun je je eigenaar noemen van iets?
De vraag kwam naar boven toen een president riep dat Groenland bij de USA zou moeten horen. Dit is een heel groot probleem waar niemand direct actor bij is. Gelukkig bleek de vraag ook te gaan over de ligstoel bij het zwembad, een plekje op het terras, een (huur)woning of een liedje. Kortom: zowel materiële zaken als immateriële dingen kun je eigenaar van zijn. Maar wat betekent eigenaar?
De eerste die een antwoord durft te geven komt met “een sociale afspraak door de meerderheid in een (sub-)groep” waarbij een wet ook gewoon een sociale afspraak is. Iemand anders vindt dat logisch: eigendom is typisch iets voor mensen, we moeten de dingen verdelen. En meteen komen hier de tegenvoorbeelden: de aboriginals en indianen schijnen geen land te claimen en sommige dieren bakenen duidelijk hun territorium af. Het waren die kolonisten uit Europa die met een paaltje en een “oorkonde” zich de grond toe-eigenden. En zo komt iemand tot een andere omschrijving: je bent eigenaar als je er een claim op legt.
Even terug naar immateriële zaken. Wat betekent het dat je eigenaar van een probleem bent, zoals ze dat zo graag op kantoor noemen? Dan wordt je verantwoordelijk (gemaakt) om een oplossing te vinden. Maar bezit ik daarmee ook het probleem?
Even terug naar dat claimen. Er zijn al zo lang mensen op de aarde, dat je toch niets meer kunt claimen? Ook de kolonisten kwamen ergens aan waar al mensen leefden. Dan kunnen die nieuwkomers toch niet zomaar grond gaan claimen?
Dan komt de vraagsteller met een andere invalshoek. Als rentmeester kun je een stuk grond beheren, maar je blijft verantwoording af leggen naar een hogere macht. Terwijl een eigenaar alleen naar zichzelf of het object verantwoordelijk is. Dan probeert iemand anders een beschrijving: je kunt je ergens eigenaar van noemen als je een emotionele verbondenheid voelt met dat iets, dat het deel van jou is. Het wordt steeds duidelijker dat er verschillende soorten eigenaarschap zijn. Of zoals iemand het noemt: het is fluïde.
Is het onderscheid eigenaarschap versus zeggenschap niet veelzeggender? Als eigenaar kan ik iets weggeven terwijl voor immateriële zaken ik (alleen maar) zeggenschap heb.
Dan oppert iemand dat er ook een collectief eigendom is, zoals de aandelen van een bedrijf, of onze cultuur. En zo komt ook de vraag of Nederland ons eigendoom is of dat wij het bezit van Nederland zijn? Want de wetgever kan van alles aan ons vragen en ons straf (laten) geven.
Maar macht en eigenaarschap liggen dicht bij elkaar. In beide gevallen heb je de middelen om iets voor elkaar te krijgen. En dat is ook waar de vraag vandaan komt: kun je je met machtsvertoon een land toe-eigenen? De machthebbers kunnen zelfs de meerderheid negeren. Daarom is het goed dat we sociale constructen hebben die dat proberen te voorkomen. En dat lukt niet met bijvoorbeeld cultuur: niemand is daar eigenaar van en dus kun je het ook niet afpakken.
We naderen het einde van de avond. Op die valreep komt iemand nog met de opmerking dat eigendom ook met verplichtingen en schulden komt. Verplichtingen om het in stand te houden en de schulden naar de voorgangers toe. Helaas hebben we geen tijd meer om dit aspect verder uit te diepen. Ook deze avond hebben we weer veel onverwachte kanten van ons onderwerp onderzocht. En dat blijft toch elke keer weer de opbrengst van het filosoferen: nieuwe aspecten ontdekken.